Viewpoints voor procesmodellering

Uit Via Nova Architectura Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Figuur 2 05 Eenvoudig informatiemodel.png ArchiMate in de praktijk

Zie ook: ArchiMate Made Practical

Inhoud

Vraagstelling

Hoe modelleer je in ArchiMate een proces? Het ArchiMate boek geeft een aantal viewpoints, maar welke combinatie van viewpoints heb je nodig om een proces in opeenvolgende stappen te beschrijven?

Oplossing

Het ArchiMate boek geeft twee viewpoints voor procesmodellering: het Bedrijfsprocessamenwerkings viewpoint en het Bedrijfsproces viewpoint. Het verschil tussen deze viewpoints is dat in het Bedrijfsprocessamenwerkings viewpoint de relatie tussen processen en de relatie met de omgeving wordt weergegeven, terwijl in het Bedrijfsproces viewpoint één bedrijfsproces wordt uitgelicht. We concentreren ons hier op het Bedrijfsproces viewpoint; het Bedrijfsprocessamenwerkings viewpoint is analoog.

Bij het modelleren van een proces in ArchiMate kunnen de volgende aspecten worden weergegeven: de onderdelen van het proces, hun samenhang, de toewijzing van procesdelen aan rollen, actoren of bedrijfsonderdelen en de ondersteuning door applicaties. Je kunt dit doen in de volgende stappen:

  1. Modelleer het bedrijfsproces op hoofdlijnen: Decomponeer het bedrijfsproces en leg verbanden door bedrijfsevents en triggeringrelaties. Daaraan toegevoegd kan worden de wijze waarop het proces bedrijfsservices verleent aan zijn omgeving.
  2. Informatie-overdracht: Modelleer de informatie-overdracht tussen processen door het toevoegen van flowrelaties tussen processen, of het lezen en schrijven van bedrijfsobjecten.
  3. Toewijzing aan organisatie: Modelleer welk organisatie-onderdeel het bedrijfsproces uitvoert. Dit kan gevisualiseerd worden door toekenningsrelaties of door gebruik te maken van procesbanen.
  4. Ondersteuning door applicaties: Modelleer de wijze waarop applicaties de bedrijfsprocessen ondersteunen. Hiervoor kan het Applicatiegebruik viewpoint worden gebruikt.

Eventueel kan nog een algemeen onderscheid gemaakt worden tussen een ‘logische’ en een ‘concreet’ niveau van modelleren. Een logisch model geeft de functionele structuur en de logische samenhang van bedrijfsprocessen weer. Er wordt niet ingegaan op tijd, plaats, mensen en machines. Een inrichtingsmodel komt sterk overeen met wat je in de werkelijkheid ziet of wilt realiseren. Het beschrijft fysieke zaken zoals mensen en machines, met daaraan toegewezen concrete taken. Indien een organisatie een standaard typering van processen kent / wil onderkennen, moet hiervoor een specifieke afspraak worden gemaakt bij de opzet van het modelleren met ArchiMate hiervoor. De relatie tussen ‘logisch proces’ en ‘fysiek proces’ is van het type compositie.

Tenslotte kun je een proces specialiseren in een aantal typen processen. Bijvoorbeeld kan een proces ‘Aanvragen verzekering’ gespecialiseerd worden in een drietal subprocessen ‘Aanvragen reisverzekering’ en ‘Aanvragen schadeverzekering’.

Gevolgen

Niet van toepassing.

Alternatieven

Niet van toepassing.

Relaties met andere good practices

Zie ook de good practices ‘Bedrijfsservice, bedrijfsfunctie en bedrijfsproces’ en ‘Afbakening bedrijfsproces’.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Hulpmiddelen