Functionaliteit van een applicatie

Uit Via Nova Architectura Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Figuur 2 05 Eenvoudig informatiemodel.png ArchiMate in de praktijk

Zie ook: ArchiMate Made Practical

Inhoud

Vraagstelling

Hoe breng je met ArchiMate de extern zichtbare functionaliteit van applicaties in beeld?

Oplossing

Het ArchiMate-concept dat expliciet bedoeld is voor het modelleren van extern zichtbare functionaliteit is de applicatieservice die via een realisatierelatie is gekoppeld aan een applicatiefunctie die hoort bij een applicatie. Daarbij kan naar keuze de bijbehorende interface(s) worden weergegeven. De onderstaande figuur geeft deze modellering weer.

Figuur 3 08 Extern zichtbare functionaliteit.png

Figuur 3.8 - Extern zichtbare functionaliteit

Deze manier van modelleren is zowel te gebruiken voor interne als externe applicatieservices.

Gevolgen

Als een applicatie veel functionaliteit levert, dan kan een dergelijk model onoverzichtelijk worden door de veelheid aan realisatierelaties. Tevens geldt ook hier dat de suggestie kan worden gewekt dat er al sprake is van een servicegeoriënteerde architectuur terwijl daar in werkelijkheid nog geen sprake van is.

Alternatieven

Deze modellering kan vereenvoudigd worden door de applicatiefunctie weg te laten en de realisatierelatie af te laten leiden naar de applicatiecomponent (onderstaande figuur links). Tevens kan, indien deze voor het doel van het model niet relevant is, de interface weggelaten worden (onderstaande figuur rechts).

Figuur 3 09 Extern zichtbare functionaliteit vereenvoudigd.png

Figuur 3.9 - Extern zichtbare functionaliteit vereenvoudigd

Wanneer er geen services onderscheiden worden, kan de extern zichtbare functionaliteit van een applicatie weergegeven worden door de applicatiefunctie via een interface te laten ontsluiten aan de 'gebruiker'. In het onderstaande voorbeeld wordt een Bedrijfsproces ondersteund door een Applicatiefunctie, die ontsloten wordt door een Applicatie-interface.

Figuur 3 10 Extern zichtbare functionaliteit gekoppeld aan een procesrol.png

Figuur 3.10 - Extern zichtbare functionaliteit gekoppeld aan een procesrol

In de laatste view is het ook mogelijk om de applicatie-interface weg te laten. Er bestaat dan een gebruikt door relatie tussen de applicatie en de bedrijfsrol.

Relaties met andere good practices

Voor niet interactieve functionaliteit ligt een relatie met de good practice ‘Koppeling tussen applicaties’. Het in beeld brengen van functionaliteit van een applicatie lijkt veel op het in beeld brengen van de applicaties binnen een applicatieportfolio. De good practice ‘Applicatielandschap’ is ook toepasbaar voor de functionaliteit van een applicatie.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Hulpmiddelen