Afbakening bedrijfsfunctie

Uit Via Nova Architectura Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Figuur 2 05 Eenvoudig informatiemodel.png ArchiMate in de praktijk

Zie ook: ArchiMate Made Practical

Vraagstelling

In de bedrijfslaag wordt ondermeer het concept bedrijfsfunctie gehanteerd. Maar hoe onderken je een bedrijfsfunctie, en hoe baken je deze af?

Oplossing

Hanteer de volgende heuristieken om bedrijfsfuncties te onderkennen:

  • Maak een aparte functie voor de interacties met elke omgevingsactor. Bijvoorbeeld een functie voor toeleveranciers, afnemers en de overheid. Deze heuristiek kan worden verbijzonderd naar:
    • Scheiden relatiebeheer van overige functies: Maak een aparte functie voor de activiteiten die direct te maken hebben met het contact met de klant. In principe gaat het hier om de externe klant van het bedrijf, maar voor grotere bedrijven kan het ook toepasbaar zijn voor een interne klant (bijvoorbeeld een andere afdeling).
    • Scheiding naar markt: Maak een aparte functie voor elke klantgroep/doelgroep van het bedrijf. Voorbeelden van dergelijke groepen zijn zakelijke klanten en particulieren.
  • Maak aparte functies voor processen met verschillende soorten triggers (business events). Zo kunnen processen worden geïdentificeerd met periodieke triggers (maandelijks ontvangen van declaraties) en met incidentele triggers (vragen om offerte). Een verbijzondering hiervan is:
    • Gevalsonderscheid: Maak aparte functies voor activiteiten die betrekking hebben op verschillende ‘gevallen’. Zo kan een bedrijf onderscheid maken tussen verschillende schadegevallen: schades kleiner respectievelijk groter dan f 1000,-. In dit geval zou er dus een functie voor kleine en een functie voor grote schadegevallen onderscheiden kunnen worden.
  • Maak een aparte functie voor elke productgroep, bijvoorbeeld voor activiteiten rond schadeverzekeringen en rond pensioenverzekeringen. Algemener kan een onderscheid worden gemaakt rondom een willekeurig bedrijfsobject:
    • Scheiding naar bedrijfsobject: Maak aparte functies voor een groep activiteiten, indien ze werken op een bepaald bedrijfsobject. Zo kunnen er functies zijn die betrekking hebben op facturen, op geldstromen, op offertes, op klantdossiers, etc.
  • Maak een aparte functie voor elke fase of toestand waarin een product zich kan bevinden. In geval van een schadeverzekering zouden dit bijvoorbeeld aparte functies kunnen opleveren voor aanvragen, premieheffing en afhandeling van schadeclaims, beëindiging en beheer.
  • Maak een aparte functie voor een groep activiteiten, indien deze activiteiten speciale 1) vaardigheden, 2) expertise of 3) verantwoordelijkheden vereisen. Voorbeelden hiervan zijn juridische kennis, actuariële expertise, communicatieve vaardigheden of autorisaties voor het nemen van bepaalde beslissingen (fiattering).
  • Maak aparte functies voor activiteiten die het primaire proces besturen. Het gaat daarbij in het bijzonder om planning en controle.
  • Maak aparte functies voor activiteiten die veranderingen aanbrengen aan het primaire proces of de implementatie daarvan. Dit leidt tot aparte functies voor bijvoorbeeld marketing, productontwikkeling en systeemontwikkeling.

Gevolgen

Niet van toepassing.

Alternatieven

Niet van toepassing.

Relaties met andere good practices

Soortgelijke criteria en heuristieken kunnen ook op de applicatielaag voor applicatiefuncties gebruikt worden.